Winkelwagen is leeg
dinsdag 17 november 2020 10:45

Recept 17/11/2020

Stoofpotje met balletjes, paprika en champignons.

Benodigdheden voor 4 personen:

600 g kalfsgehakt, 200 g rundergehakt, 2 paprika’s, 1 ui, 1 ei, 400 g champignons, 200 ml room, zout,

150 g paneermeel, 1 el tomatenpuree, boter, 200 ml kalfsfond, 1 el ketschup, 1 el bloem, cayennepeper.

Bereidingswijze:

Meng de twee soorten gehakt met het ei en het paneermeel en kruid indien nodig bij met peper en zout. Rol balletjes en bak ze rondom bruin en gaar in een klontje boter.

Pel en snipper de ui, snij de paprika in reepjes en de champignons in schijfjes. Stoof de ui zo'n 5 minuten op een zacht vuurtje. Doe de paprika en champignons erbij, bak ze gaar en kruid met peper en zout. Voeg bloem, ketchup en tomatenpuree toe en roer 1 minuut. Giet dan de kalfsfond erbij en laat even inkoken, voeg de room toe en laat nog even meekoken. Kruid met een snuifje cayennepeper en zout. Voeg de gehaktballetjes toe en laat ze nog even opwarmen in de saus. Lekker met kroketjes of aardappelpuree.

Knolselder met scampi.

Benodigdheden voor 4 personen:

ongeveer 24 grote scampi’s, 1/2 knolselderij, 2 koffielepels zachte curry, een scheutje witte wijn, 2 eetlepels Martini, 4 dl room.

Bereidingswijze:

Snijd de knolselderij in een fijne sliertjes. Stoof de knolselder in een pan. Kruid het geheel na zo’n 8 minuten naar smaak met de kerrie. Blus met de wijn en de vermout en voeg de room toe. Laat koken tot er een lichte binding ontstaat. Pel de scampi, haal hun darmkanaal eruit (leg ze op de rug en geef een insnijding, dan kan je de lange al dan niet doorzichtige darmsliert er zo uithalen), kruid met peper en zout en bak ze aan in boter op middelmatig vuur ongeveer 2 minuten aan iedere kant. Serveer in een diep bord met bijvoorbeeld pasta.

Pasta met kip, paprika en champignons.

Benodigdheden voor 4 personen:

400 g fettucine pasta, 4 kippenfilet, 2 paprika’s, 250 g champignons, 2 teentjes look, 2 el citroensap, olijfolie, 2 sjalotten, 30 g suiker, 30 g bloem, 300 ml melk, 3 el milde kerriepoeder, 50 ml room, peper & zout.

Bereidingswijze:

Kook de fettuccine beetgaar. Spoel de paprika’s en snij ze in reepjes. Pel en snipper de knoflook. Fruit ze samen in olijfolie. Kruid met peper en zout. Maak de champignons droog schoon en snij ze in vieren. Bak ze in olijfolie. Breng op smaak met citroensap, peper en zout Pel en snipper de sjalot, fruit hem in olijfolie. Doe er de suiker bij en meng even. Roer er dan de bloem en het kerriepoeder door. Doe er de melk bij en laat al roerend indikken. Mix de saus en breng ze op smaak met peper en zout. Werk af met de room. Snij de kip in blokjes en bak ze goudbruin. Serveer ze met de pasta, de groenten en de saus.

Stoofpotje van everzwijnragout met schorseneren.

Benodigdheden voor 4 personen:

De schorseneren lijken mij essentieel, maar de pastinaak kan je gerust vervangen door spruitjes of raapjes.

1 kg everzwijnragout, in blokjes gesneden, 600 gr schorseneren, 1 pastinaak in blokjes 1 bakje paddenstoelen, 1 sjalotje gesnipperd, 1 flesje bruin bier, stoofvleeskruiden, laurier en tijm peper en zout, 1 el (Ardense) uienconfijt, Maizena Express (donker), mosterd, 1 snede brood.

Bereidingswijze:

Stoof het sjalotje aan in een grote stoofpot. Doe er het vlees bij en laat rondom bruinen. Kruid met stoofvleeskruiden, doe er de laurier en tijm bij. Leg er een snede brood met mosterd bovenop. Giet er het bier zachtjes vanop de rand van de pot bij. Laat ongeveer een uur op zacht vuur verder sudderen. Reinig ondertussen de paddenstoelen en snij de grootste exemplaren in twee. Stoof ze aan in wat boter. Kruid met peper en zout. Zet opzij.

Doe er na een uur de paddenstoelen, de schorseneren en de pastinaak bij en laat nog een klein halfuur verder sudderen. Zet het vuur even wat hoger als je er de koude groente bij doet.

Ondertussen heb je nog ruimschoots de tijd om aan een bijgerecht te denken: natuuraardappelen, kroketjes of rösti passen hier goed bij. Als het vlees en de groente goed gaar zijn kan je het stoofpotje op smaak brengen door er een eetlepel uienconfijt door te roeren en af te kruiden met peper en zout. Dik de saus naar wens in met sausbinder.

Coquille met schorseneren, champignons en bloemkool met een jus van truffel.

Benodigdheden voor 4 personen:

250 ml druivenpitolie,1 vanillestok , 800 g schorseneren geschild, 1 pastinaak geschild en in grove julienne, 100 g gezouten boter, 4 sjalotten gesnipperd, 2 teentjes look gesnipperd, 250 g champignons in schijfjes, 100 g

spekblokjes, 50 g witte wijnazijn, 20 g rode wijnazijn, 300 g witte port, 800 g kippenfond, 120 g Campina room ‘vol en romig’ 33%, 200 g truffeljus, 12 coquilles 200 g bloemkoolroosjes, olijfolie – boter, peper & zout.

Bereidingswijze:

Verwarm voor de vanilleolie de druivenpitolie tot 60 °C. Haal de vanillezaadjes uit de vanillestok en laat mee trekken in de olie. Deze vanilleolie druppel je als basis op je bord. Snijd 800 g schorseneren in grove julienne en bak samen met de pastinaak krokant in een pan met een flinke scheut olijfolie. Breng op smaak met peper en zout. Kook de rest van de schorseneren gaar in licht gezouten water en giet af. Mix de schorseneren met de gezouten boter. Breng op smaak met peper en zout en doe in een sifon met 2 patronen. Stoof voor de truffeljus de gesnipperde sjalot met de look glazig. Voeg de champignons en spekblokjes toe en bak gaar. Blus met de wijnazijn en port en laat even doorkoken. Giet de Campina room, kippenfond en truffeljus erbij. Kook in tot de helft. Zeef de saus en werk op met boter. . Mix net voor het opdienen tot de saus mooi schuimt. Werk af: Frituur de bloemkoolroosjes in de friteuse op 150°C tot ze mooi bruin zijn. Bak de coquilles tot de gewenste cuisson. Dresseer de borden.

Schorseneren met bechamelsaus en peterselie.

Benodigdheden voor 2 personen:

500 g schorseneren, 1 citroen, 4dl water, 2 el bloem, zout & peper.

voor de saus: 20 g margarine, 10 g bloem, 1,5 dl melk , 1 el peterselie , peper & zout, nootmuskaat, citroensap.

Bereidingswijze:

Was de schorseneren grondig onder stromend water. Schil de schorseneren met een dunschiller.

Verwijder ook alle ogen. Wrijf de schorseneren onmiddellijk in met citroensap zodat ze niet verkleuren. Snijd de schorseneren in gelijke stukken van 5cm en dompel ze in koud water met citroensap. Klop 2 eetlepels bloem met een beetje water tot alle klonters weg zijn en vul aan tot 4dl water. Kruid met peper, zout en voeg citroensap toe. Verwarm tot aan het kookpunt.

Kook de schorseneren een vijftiental minuten tot ze gaar zijn. Af en toe roeren in de zodat er niets aanplakt. Schep de schorseneren uit en spoel kort met warm water.

Maak op een laag vuurtje een roux met 20g margarine en 10g bloem (laat de margarine samen met de bloem smelten en roer met een garde). Let erop dat het mengsel niet bruin wordt.

Haal de pot van het vuur als de roux droog is en voeg de helft van de melk toe. Roer met een garde tot alle klonters weg zijn. Zet terug op het vuur en voeg geleidelijk aan de rest van de melk en 1dl van het kookvocht toe. Blijf roeren tot je een gladde saus hebt en de saus kookt. Laat een minuutje al roerend doorkooken op een lager vuurtje. Meng een eetlepel fijn gehakte peterselie door de saus. Als de saus te dik is, voeg je een beetje sojaroom toe. Kruid af met peper, zout en nootmuskaat en voeg naar smaak een beetje citroensap toe. Maak een piramide van schorseneren en werk af met de saus of meng de schorseneren onder de saus.

Knolselderij-crèmesoep.

Benodigdheden voor 4 personen:

1 knolselderij, 3 eetlepels citroensap, 2 sjalotjes, 25 g roomboter, 1 kruidenbouillontablet

1 takje tijm, 1 eetlepel cognac of vieux (slijter), 1 bekertje crème fraîche (125 ml), zout & peper (versgemalen).

Bereidingswijze:

Boven- en onderkant van knolselderij dun eraf snijden. Rest van knolselderij met groot mes in plakken snijden. Plakken schillen, wassen en in blokjes snijden. Tot gebruik bewaren in ruim water met 2 eetlepels citroensap. Sjalotjes pellen en snipperen. In grote pan boter smelten. Sjalotjes ca. 2 minuten zachtjes bakken. Knolselderij uit water halen en ca. 1 minuut al omscheppend meebakken. Bouillontablet, tijm en 6 dl water toevoegen. Selderij in ca. 20 minuten op laag vuur gaar koken. Tijm uit pan nemen. Met schuimspaan enkele blokjes knolselderij eruit nemen. Soep met staafmixer of in keukenmachine glad pureren. (Soep opnieuw verwarmen.) 1 Eetlepel citroensap, cognac of vieux en 2/3 deel van crème fraîche erdoor roeren. Op smaak brengen met zout en peper. Soep in vier borden scheppen en rest van crème fraîche erin scheppen. Serveren met kaasstengels

Bloemkool met kaas in de oven.

Benodigdheden voor 4 personen:

125 gr gemalen kaas, 75 gr bloem, 1 bloemkool, 75 gr boter, ¾ l melk, ¼ kookvocht van de bloemkool, nootmuskaat

Bereidingswijze:

Snij de bloemkool in bloemetjes. Kook gaar in gezouten water. Dit duurt ongeveer 10 minuten.

Giet de bloemkool af. Hou het kookvocht opzij. Laat de bloemkool uitlekken en dep droog met keukenpapier.

Maak een roux: smelt de boter en voeg de bloem toe. Roer droog tot het naar koekjes ruikt. Zet de pan van het vuur. Voeg een deel van de melk toe. Roer goed door tot de klonters weg zijn. Voeg de rest van de melk toe en plaats terug op het vuur. Kruid met peper, zout en nootmuskaat. Voeg kookvocht toe. Laat dikken. Voeg wat gemalen kaas toe en laat dezeal roerend smelten. Doe de bloemkool in een ovenschotel. Giet de saus op de bloemkool. Werk af met de kaas. Stop 20 minuten in een voorverwarmde oven op 180 graden en laat gratineren.